Online platformen zijn dé plek waar creatieve content wordt gedeeld. Denk aan video’s, muziek, afbeeldingen, podcasts, livestreams en teksten. Goed voor bereik en innovatie, maar het schuurt met auteursrecht. Gebruikers uploaden namelijk niet altijd eigen werk. Soms gaat het om een (deel van een) film, een liedje op de achtergrond, een foto van Google of een knipsel uit een artikel. Voor platformbeheerders rijst dan de vraag: wie is aansprakelijk als er auteursrecht wordt geschonden: de gebruiker, het platform, of allebei? De Europese Unie heeft de afgelopen jaren twee belangrijke regels gemaakt die hierop ingrijpen: de C-DSM en de DSA.
Tekst: Paul van der Gun
De C-DSM-richtlijn
De C-DSM heeft één artikel dat voor platformen allesbepalend is: artikel 17. Dit richt zich op zogenaamde online content-sharing service providers. Denk aan grote social media- en videoplatformen. Dat zijn platforms:
- waar gebruikers grote hoeveelheden content kunnen uploaden,
- die die content vervolgens aan het publiek aanbieden,
- en die daar meestal ook geld aan verdienen (bijvoorbeeld via advertenties of abonnementen).
De kern van artikel 17 is dat een content-sharing platform niet langer puur een neutrale host is. Juridisch wordt het platform geacht zélf de content ‘openbaar te maken’ zodra het gebruikersuploads toont. En wie openbaar maakt, moet daarvoor toestemming hebben. Het uitgangspunt is simpel maar verstrekkend: platformen moeten vooraf toestemming krijgen van rechthebbenden voor het tonen van hun werk. In de praktijk betekent dit vaak dat er afspraken worden gemaakt met collectieve beheersorganisaties of individuele rechthebbenden. Als die toestemming er niet is, ligt de verantwoordelijkheid bij het platform.
Dat is een grote verschuiving. Het platform kan zich niet meer standaard verdedigen met ‘wij wisten het niet’. Het moet vooraf met rechthebbenden regelen dat hun werk op het platform mag verschijnen, bijvoorbeeld via licenties.
Best efforts
De EU zag ook dat het onmogelijk is om voor elk los filmpje, liedje of plaatje vooraf een licentie te sluiten. Daarom biedt artikel 17 een vrijstellingsroute. Een platform is niet aansprakelijk als het kan laten zien dat het alles heeft gedaan wat redelijkerwijs verwacht mag worden, oftewel best efforts. In de praktijk komt dat neer op drie dingen:
- Serieuze pogingen om licenties te sluiten
Het platform moet actief proberen om toestemming te regelen met rechthebbenden of collectieve organisaties. - Bekende inbreukcontent zo veel mogelijk tegenhouden
Als rechthebbenden informatie geven over specifiek werk dat vaak illegaal wordt geüpload, moet het platform proberen die content te herkennen en te weren. - Snel verwijderen na een melding, en herhaling voorkomen
Krijgt het platform een goede melding, dan moet het prompt verwijderen én voorkomen dat exact dezelfde content meteen weer terugkomt.
Het is dus geen simpele check-the-box-plicht. Platforms moeten aantoonbaar en structureel werk maken van preventie en opvolging.
Veel platforms zullen een vorm van automatische contentherkenning gebruiken. Dat is vaak de enige realistische manier om aan die best efforts te voldoen. Tegelijkertijd waarschuwde de EU voor te strenge filters. Er moet ruimte blijven voor legaal gebruik, zoals parodie, citaat of review. Daarom moet een platform ook een goede klachtenroute hebben als content onterecht wordt geblokkeerd.
De Digital Services Act
Dan is er de DSA. Die geldt voor alle online tussenpersonen, dus ook voor platforms die niet onder artikel 17 vallen. De DSA doet twee dingen tegelijk. Aan de ene kant houdt hij de klassieke aansprakelijkheidsvrijwaringen in stand. Voor hostingplatforms geldt nog steeds: je bent niet automatisch aansprakelijk voor wat je gebruikers plaatsen, zolang je het niet weet en je na kennisname snel ingrijpt.
Aan de andere kant legt de DSA uitgebreidere zorgvuldigheids- en procesplichten op. Platforms moeten onder meer:
- een goed toegankelijk meldpunt hebben voor illegale content;
- meldingen zorgvuldig en op tijd behandelen;
- gebruikers uitleg geven als content wordt verwijderd;
- een klachtenprocedure bieden.
Voor zeer grote platforms komen daar extra eisen bij, zoals het analyseren van risico’s en het laten controleren van hun systemen.
Belangrijk is ook dat de DSA zegt: er is geen algemene verplichting om alles vooraf te controleren.
Hoe lopen C-DSM en DSA samen?
Beide regels gaan over auteursrechtinbreuken, maar op een andere manier. Zie het zo: artikel 17 zegt ‘wat je moet doen om niet aansprakelijk te zijn’, de DSA zegt ‘hoe je dat netjes en transparant moet doen’.
In de praktijk
Als jouw platformen onder artikel 17 valt, moet je nu structureel laten zien dat je actief licenties zoekt, inbreuken probeert te voorkomen en meldingen snel opvolgt. Daarbij hoort een technische én organisatorische investering. Tegelijkertijd moet je processen steeds beter uitleggen. Krijgt een gebruiker een upload-blokkade? Dan moet hij begrijpen waarom. Maakt die gebruiker bezwaar? Dan moet dat bezwaar serieus behandeld worden. Brengt een rechthebbende een melding in? Dan moet je duidelijk laten zien wat je ermee hebt gedaan.
Voor platforms die níet onder artikel 17 vallen, blijft de DSA het belangrijkste kader. Daar geldt het ‘na melding handelen’-model, maar met strengere procesvereisten dan vroeger. Een rommelig meldpunt of slecht onderbouwde verwijderingen leveren risico's op.
Poortwachters
Hiermee is dit verhaal nog niet af. Wat op papier een inspanningsplicht of een vrijwillige keuze lijkt, wordt in de praktijk vaak een veel zwaardere opgave. Platforms voelen druk van rechthebbenden, gebruikers, toezichthouders, adverteerders en hun eigen technologie. Daardoor gaan zij regelmatig verder dan strikt wettelijk verplicht is. In een volgende bijdrage kijken we naar die werkelijkheid: hoe platforms opschuiven van passieve tussenpersoon naar actieve poortwachter, welke paradoxen dat met zich meebrengt, en welke lessen dat oplevert voor ondernemers.
Paul van der Gun is Legal Counsel bij ICTRecht.

Er is op dit moment 0 keer gereageerd op:
Platformaansprakelijkheid bij auteursrecht